CIJO

Een vreedzaam partnerschap

zoom
Arafat's Tomb, Ramallah
Geen reacties

Een vreedzaam partnerschap

Deze week dient president van de Palestijnse Autoriteit, Mahmoud Abbas, een verzoek tot ophoging van de Palestijnse status in de VN. Deze eenzijdige stap van de Palestijnse Autoriteit komt de betrekkingen met Israël niet ten goede. Een debat over deze unilaterale actie levert echter niets op. De nieuwe status quo vraagt om een pragmatische reactie van Israël. Het actief bijdragen aan de ontwikkeling van een Palestijnse middenklasse zal voor beide landen een nieuwe – en haalbare – weg naar de vrede openen.

Een recent onderzoek van de Palestinian Center for Policy and Survey Research wijst uit dat tweederde van de Palestijnse bevolking vindt dat de Israëlische bezetting beëindigd dient te worden door middel van geweld. Wie denkt dat deze door frustratie gevoede vijandigheid vanzelf ophoudt bij de stichting van een soevereine Palestijnse staat, heeft het mis. De facto zal er niet veel veranderen aan de situatie in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Thema’s als het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk, de Zesdaagse Oorlog en überhaupt de Joodse aanwezigheid in de regio, zijn diep geworteld en Israël zal ongewijzigd verantwoordelijk worden gehouden voor alle misstanden in de Palestijnse gebieden.

Of die houding van de Palestijnen terecht is, is met het oog op de toekomst niet meer relevant. Israël heeft er binnenkort een vijfde buurland bij en dat vraagt om een nieuwe kijk op de situatie. Een herpositionering met een nieuwe, verstandige en verantwoordelijke koers die zowel de Israëlische als Palestijnse burgers rust oplevert.

Die verantwoordelijkheid kan Israël tonen door te investeren in actieve steun aan de opbouw van een Palestijnse economie met een sterke middenklasse. Deze koers zou zowel het Palestijnse als het Israëlische eigenbelang dienen en zou alleen al daarom het op veiligheid gerichte havikenkamp in Israël aan moeten spreken. Een omvangrijk financieel en materieel hulpplan bestaande uit geld, goederen, grondstoffen en levensmiddelen zal op de lange termijn radicalisering tegengaan en dat zou  gezien Israëls torenhoge en onhoudbare defensie-uitgaven een welkome ontwikkeling zijn.

Door pragmatisch te reageren op de situatie en direct handelsbetrekkingen aan te gaan met zijn Palestijnse buren kan Israël de vijandige relatie met zijn nieuwe buren omzetten in een vreedzaam partnerschap. Een vreedzaam partnerschap dat op de lange termijn kan leiden tot de concessies die nu ondenkbaar lijken.

Op dit moment zijn het nationale mythes in zowel Israël als Palestina die een barrière vormen voor samenwerking, nu en in de toekomst. Deze zullen echter vervagen zodra er sprake is van economische bedrijvigheid en toenemende welvaart. Het economische pad naar vrede zal de politieke en ideologische verschillen, die al decennia als een agressieve brandstof de retoriek en polemiek voeden, als een blusdeken doen doven.

Een belangrijk deel van de verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen van de Palestijnse economie ligt bij Israël. Door die verantwoordelijkheid te nemen, kan Israël lof oogsten. Maar dan moet Israël die kans niet laten liggen. Iedere dag van terughoudendheid is er een te veel. Links en rechts zouden druk moeten uitoefenen op Netanyahu om deze ‘koers met twee gezichten’, die beide kampen  kan aanspreken en verenigen, in te zetten. Voor links een koers van vrede en concessies, voor rechts een koers van veiligheid en eigenbelang.

Of de vijandigheden vanuit andere landen in de regio vervolgens zullen afnemen, is nog maar de vraag. Maar een welvarende Palestijnse staat waarin iedereen werkt en zijn brood verdient, heeft minder behoefte aan boosaardige vrienden dan een staat die in economische rampspoed verkeert.

Pas als de huidige Israëlische regering zal inzien dat een pragmatische, economische koers in de nieuwe situatie een wezenlijke oplossing biedt tegen het dreigende isolement van de buitenwereld (en het ontstaan van een nieuwe – soevereine – vijand), kunnen Israëliërs en Palestijnen eindelijk kennismaken met iets waarvan ze tot nu toe nog slechts mochten dromen: vrede. Dat de eenzijdige gang naar de VN in de ogen velen een bedenkelijke was, kunnen we dan allang weer vergeten.

Nu geldt: een goede buur is beter dan een verre vriend.

Geef een reactie